Behandeling

De behandeling door de paardentandarts

Het onderzoek

Voor de behandeling van de paardentandarts moet een gedegen onderzoek plaatsvinden bij een rustig, gesedeerd paard, met een goede mondsperder en voldoende verlichting. Hierbij worden de lengte en de hoek van de snijtanden bekeken, de stand van de kiezen, de aanwezigheid van haken, wolfstandjes en de aanwezigheid van overblijvende melktanden en kiezen.

De eigenlijke behandeling

De behandeling van de paardentandarts begint met het elektrisch wegraspen van scherpe haken en doppen waarna de kiesoppervlakken in balans en lijn worden gebracht Met de raspen wordt de fijne afwerking verzorgd. Eventueel aanwezige wolftandjes worden verwijderd. Vervolgens worden in boven – en onderkaak de zogenaamde bitseats gemaakt. Deze worden afgerond zodat het voedsel makkelijker weg kan en bij een ophouding voorkomen wordt dat het paard tijdens de (spring) proef door pijnprikkels de concentratie of aanleuning verliest. Vervolgens worden de snijtanden afgezaagd op de juiste lengte en in de juiste hoek gezet. Dit is zeer belangrijk om een goede sluiting ( occlusie ) van de kiezen te krijgen. De haaktanden worden ingekort en afgerond, waarna een algemene controle volgt om te zien of het totale gebit weer in balans is.

Paardentandarts – Tijdstip en frequentie van behandeling

Problemen kunnen optreden door trauma, bij doorbreken van de melktanden of tijdens het wisselen. Controle is dus vanaf de geboorte 1 keer per half jaar al noodzakelijk. Bij volwassen paarden met een normaal gebit, is controle en eventuele behandeling minimaal 1 x per jaar aan te raden.

Zolang paarden nog wisselen ( tot 4,5 jaar ) is dus 2 keer per jaar een controle door uw paardentandarts absoluut aan te raden.